De herziening door Wouter Molijn
Wouter Molijn, Nationale ombudsman
Nationale ombudsman
Aan: Jan-Hein van Asseldonk <[email protected]>
Beste heer Van Asseldonk,
Wij hebben uw klacht van 03 november 2025 ontvangen en met deze e-mail informeren wij u verder.
Dit is het nummer van uw klacht Wij hebben uw klacht een nummer gegeven. Dat nummer is 2360762. Gebruikt u dit nummer als u contact met ons opneemt? Als u ons over uw klacht een nieuw bericht stuurt, wordt dit bericht toegevoegd aan uw dossier. U ontvangt dan niet opnieuw een ontvangstbevestiging.
Dit gaan wij doen Wij kijken of en op welke manier wij uw klacht in behandeling kunnen nemen. Een medewerker neemt binnen drie weken contact met u op. Dat kan per telefoon, e-mail of post zijn. Als het druk is, kan het soms langer dan drie weken duren. Heeft uw klacht spoed? Bel ons dan. Het telefoonnummer staat onderaan dit bericht.
Een uitzondering Er is een situatie waarin we niet reageren. Dat gebeurt als u een bericht naar andere personen of instanties stuurt en ons in kopie (cc) meeneemt én u daarin geen directe vraag aan de Nationale ombudsman stelt.
Meer informatie in de folder Meer informatie over de manier waarop wij werken, vindt u op onze website in onze folder 'U hebt een klacht ingediend bij de Nationale ombudsman. En dan? (https://www.nationaleombudsman.nl/folders-en-brochures/u-hebt-een-klacht-ingediend-bij-de-nationale-ombudsman-en-dan)'.
Hebt u nog vragen? Hebt u over dit bericht nog vragen? Bel ons via telefoonnummer (070) 356 3674. Wij zijn bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 9:00 tot 17:00 uur.
Jan-Hein van Asseldonk
Aan: Nationale ombudsman <[email protected]>
Geachte heer Molijn,
Van mevrouw Winkel heb ik begrepen dat u als coördinator de herziening van dossier 2315361 behandelt, onder zaaknummer 2360762, en dat zij u heeft verzocht mij te informeren over de behandeling en de termijn.
Het is vandaag 5 december 2025 en ik heb nog geen enkel bericht van u ontvangen: niet over de ontvangst van het herzieningsverzoek, niet over de planning en niet over de wijze waarop u mijn situatie en verzoeken zult beoordelen. Gezien de voorgeschiedenis van dossier 2315361 en mijn kwetsbare situatie ervaar ik dit uitblijven van contact als zeer belastend.
Volgens de _Regeling voor het doen van een verzoek om herziening_ wordt de ontvangst van een herzieningsverzoek binnen een week bevestigd, waarbij in dat contact ook de termijn wordt genoemd waarbinnen het verzoek zal worden behandeld (art. 4), en vindt de afhandeling in beginsel binnen zes weken na ontvangst plaats, met alleen een kort gemotiveerd uitstel (art. 8). In mijn zaak is daarvan tot nu toe geen sprake: ik verkeer volledig in het ongewisse over zowel de formele registratiedatum als de beslistermijn. Voor zover er alleen telefonisch contact is geprobeerd, merk ik op dat zowel mevrouw Demnati als mevrouw Winkel weten dat telefonisch contact voor mij niet haalbaar en niet veilig is, en dat een effectieve bevestiging daarom per e-mail had moeten plaatsvinden.
Tegen die achtergrond verzoek ik u - vriendelijk, doch uiterst dringend - om het volgende.
1. Bevestiging ontvangst en termijnen
Graag verneem ik van u:
- per welke datum mijn stukken formeel als verzoek om herziening van dossier 2315361 zijn geregistreerd (zaaknummer 2360762);
- binnen welke concrete termijn u de herziening zult afronden; en
- of u verwacht af te wijken van de in het herzieningsreglement genoemde uitgangspunten, en zo ja, op welke gronden en met welke nieuwe uiterste beslisdatum.
Ik verzoek u deze punten zo spoedig mogelijk per e-mail te bevestigen. Voor mij is het, gezien mijn psychische belastbaarheid, essentieel om te weten waar ik aan toe ben.
2. Reikwijdte van de herziening: 9:20/9:25 Awb en bescherming richting Belastingdienst
De kern van mijn herzieningsverzoek ziet op de wijze waarop in dossier 2315361 is omgegaan met:
- mijn expliciete beroep op de tenzij-clausule van artikel 9:20 Awb;
- het uitblijven van een op mijn situatie toegesneden mededeling ex artikel 9:25 Awb bij (feitelijk) niet-onderzoek;
- het ontbreken van maatwerk en bescherming ondanks mijn zeer kwetsbare positie; en
- het niet benutten of onvoldoende motiveren van beschikbare mogelijkheden richting de Belastingdienst (interventie/signaal) om te voorkomen dat ik opnieuw onder buitensporige druk kom te staan.
Ik ben mij ervan bewust dat uw instituut een eigen klacht- en herzieningsregeling kent, maar ik noem artikel 9:20 en 9:25 Awb omdat daarin de systematiek is neergelegd van een individuele 'tenzij'-afweging en een gemotiveerde mededeling bij (gedeeltelijk) niet-onderzoek die ook in uw eigen klachtbehandeling als behoorlijkheidsnorm zou moeten gelden.
Ik ga er daarom vanuit dat u in de herziening in elk geval:
1. expliciet en gemotiveerd beoordeelt of in mijn geval toepassing van de tenzij-clausule van artikel 9:20 Awb (of een daarmee vergelijkbare afweging in uw eigen kader) aangewezen is (of was); en
2. indien (gedeeltelijk) wordt afgezien van onderzoek of inzet van middelen, een op mijn situatie toegesneden motivering verstrekt waarin zichtbaar wordt afgewogen:
- mijn kwetsbaarheid en eerdere ervaringen met de Belastingdienst;
- de door mij gevraagde bescherming; en
- de redenen om bepaalde middelen wel of niet in te zetten.
Voor zover u van mening bent dat (delen van) mijn verzoeken - bijvoorbeeld de inzet richting de Belastingdienst - niet onder de reikwijdte van de herzieningsprocedure vallen, verzoek ik u dat in uw herzieningsbeslissing uitdrukkelijk en gemotiveerd te vermelden.
3. Verzoek om bescherming richting Belastingdienst
In de kern vraagt mijn zaak om één concrete, voor mij cruciale beschermingsstap: dat ik na jaren van buitensporige invorderingsdruk en zonder zichtbare toetsing aan mijn draagkracht en omstandigheden niet opnieuw op vergelijkbare wijze in 'de molen' van de Belastingdienst terechtkom.
Ik begrijp dat u niet de rol van de Belastingdienst, fiscalist of adviseur (verkeerde en onterechte insinuaties van mevrouw Demnati) kunt overnemen; mijn verzoek ziet specifiek op de wijze waarop u uw eigen mogelijkheden - zoals het doen van een schriftelijk signaal, doorgeleiding en, waar passend, bemiddeling - inzet of gemotiveerd juist niet inzet, gelet op mijn uitzonderlijke kwetsbaarheid.
Daarom verzoek ik u in het kader van de herziening nadrukkelijk om het volgende:
Primair
Dat u, vóórdat ik zelf een formele klacht of alternatief traject bij de Belastingdienst doorloop, in overleg treedt met de Belastingdienst (interventie/bemiddeling) om te borgen dat:
- wordt erkend dat het gaat om een uiterst kwetsbare burger;
- de zaak met extra zorg en rust wordt behandeld;
- waar mogelijk invorderingsdruk wordt verminderd of gepauzeerd;
- een vast aanspreekpunt (SPOC) wordt aangewezen; en
- communicatie uitsluitend per e-mail verloopt.
Subsidiair (minimaal)
Als directe interventie op dit moment niet wordt ingezet, vraag ik u ten minste een duidelijk schriftelijk signaal/doorzending richting de Belastingdienst te geven, waarin mijn extreme kwetsbaarheid en bovenstaande waarborgen expliciet worden benoemd.
Indien u besluit deze inzet (primair of subsidiair, geheel of gedeeltelijk) niet te leveren, verzoek ik u - mede gelet op het algemene motiveringsbeginsel - om dat besluit in uw herzieningsbeslissing dossier-specifiek te motiveren.
4. Kwetsbaarheid en communicatiekanaal
Ik vraag u de hierboven geschetste samenhang tussen mijn huidige situatie en het handelen van de Belastingdienst expliciet mee te wegen bij uw beoordeling van zowel de 9:20-/9:25-vraag als de inzet richting de Belastingdienst. Mevrouw Winkel heeft eerder bevestigd dat de communicatie per e-mail zal verlopen.
Samenvattend vraag ik u dus om:
- bevestiging van ontvangst, registratiedatum en (uiterlijk) beslistermijn van de herziening (zaaknummer 2360762);
- een duidelijke omschrijving van de punten die u in de herziening zult beoordelen (met name 9:20/9:25 Awb en mijn beschermingsverzoeken richting de Belastingdienst); en
- een gemotiveerde beslissing over de vraag of u in mijn zaak inzet op interventie of ten minste een signaal richting de Belastingdienst, of - indien u daarvan afziet - waarom dat ondanks mijn situatie niet wordt gedaan, dan wel waarom u dit buiten de reikwijdte van de herziening laat.
Ik zie uw reactie graag zo spoedig mogelijk per e-mail tegemoet.
Wouter Molijn
Aan: Jan-Hein van Asseldonk <[email protected]>
Geachte heer Van Asseldonk,
Uw verzoek om herziening van een beslissing van ons is bij mij in behandeling.
Ik ben bezig met de bestudering van uw stukken. Ik zal u volgende week berichten over de aanpak.
Wouter Molijn
Aan: Jan-Hein van Asseldonk <[email protected]>
Geachte heer Van Asseldonk,
In aansluiting op mijn onderstaande mail laat ik u het volgende weten. Op dit moment kan ik u nog geen uitsluitsel geven omdat ik nog met uw zaak bezig ben.
Ik informeer u volgende week verder.
Jan-Hein van Asseldonk
Aan: Nationale ombudsman <[email protected]>
Geachte heer Molijn,
Dank voor uw berichten van 5 en 12 december en voor het feit dat u mijn stukken onderzoekt.
Zoals ik eerder (ook via mevrouw Winkel) heb aangegeven, is het gezien mijn situatie belangrijk dat ik niet in het ongewisse blijf over de procedure. Kunt u mij daarom (conform het herzieningsreglement) per e-mail laten weten:
- per welke datum mijn verzoek formeel is geregistreerd onder zaaknummer 2360762, en
- wat de (verwachte en uiterlijke) termijn is waarbinnen u de herziening afrondt (en, als verlenging nodig is, welke nieuwe datum daarbij hoort)?
Ik waardeer uw terugkoppelingen, maar deze basisinformatie heb ik nodig om te weten waar ik aan toe ben. Ik hoor dit graag vandaag nog per e-mail.
Wouter Molijn
Aan: Jan-Hein van Asseldonk <[email protected]>
Geachte heer Van Asseldonk,
Dank voor uw onderstaand bericht.
In reactie op uw vragen laat ik u het volgende weten.
U heeft ons het verzoek om herziening op 3 november 2025 gestuurd. Uw verzoek is bij ons officieel geregistreerd als verzoek om herziening op 17 november.
Ik verwacht u voor het einde van het jaar onze beslissing te sturen.
Jan-Hein van Asseldonk
Aan: Nationale ombudsman <[email protected]>
Geachte heer Molijn,
Dank voor uw bericht en de duidelijkheid over de data.
Ik noteer dat mijn verzoek officieel als verzoek om herziening is geregistreerd op 17 november 2025.
Gezien mijn psychische kwetsbaarheid is het voor mij essentieel om niet onnodig lang in onzekerheid te blijven over het vervolg. Mocht afhandeling uiterlijk 31 december 2025 niet haalbaar blijken, dan verzoek ik u daarom vriendelijk doch dringend om mij tijdig - en in ieder geval vóór die datum - per e-mail te berichten over (i) het uitstel, (ii) een korte motivering daarvoor, en (iii) de nieuwe uiterste beslisdatum, zodat ik weet waar ik aan toe ben.
Ik zie uw beslissing, dan wel een bericht over uitstel, graag tegemoet.
Jan-Hein van Asseldonk
Aan: Nationale ombudsman <[email protected]>
Geachte heer Molijn,
Bij nader inzien moet ik - op advies van derden - een aantal punten toetsbaar vastleggen. De wijze waarop procesinformatie de afgelopen weken (en maanden) tot stand komt is voor mij aantoonbaar ontregelend en risicovol.
Ik wil het volgende kaderen, omdat dit ook verklaart waarom ik nu pas/toch nog deze e-mail stuur;
Ik streep mezelf snel weg en blijf vaak stil, ook wanneer dat niet verstandig is. Dat komt mede door ervaringen met overheidsinstanties (met name in de Belastingdienst-context) waarin ik mij herhaaldelijk geminimaliseerd heb gevoeld en het idee heb gekregen dat ik vooral moest 'afwachten' of nergens tegen in mocht, of kon, gaan. Daardoor vind ik het moeilijk om voor mezelf op te komen, zeker onder stress en bij onvoorspelbaarheid. Dat ik nu expliciet vastleg en doorvraag is dus niet omdat ik 'lastig' wil zijn, maar omdat derden mij op onze recente mailwisseling hebben aangesproken, en omdat het mij anders niet lukt mijn positie waar nodig te beschermen. Ik hoop dat u dit begrijpt en mij niet als last beschouwt.
Het bovenstaande onderstreept waarom ik mij tot de Nationale ombudsman heb gewend. In dit soort trajecten raak ik, zeker onder druk, snel het overzicht kwijt en ben ik geneigd mezelf weg te cijferen. Daardoor worden mijn kwetsbaarheid en belangen in de praktijk niet altijd voldoende zichtbaar gewogen, met aantoonbaar ernstige gevolgen. Juist daarom, en gezien mijn kwetsbaarheid, heb ik behoefte aan een organisatie die basale proceszekerheid borgt en het contact tussen mij en de Belastingdienst eerlijk, hanteerbaar en menselijk houdt: met zichtbare weging van mijn kwetsbaarheid en, waar nodig, tijdig interveniërend of de-escalerend bijsturend. Ook derden wijzen erop dat dit precies is waarvoor de Nationale ombudsman is bedoeld.
1. Mijn situatie en urgentie
Zoals bij u bekend verkeer ik al langere tijd in een onhoudbare situatie: geen (post)adres/BRP-inschrijving, geen inkomen, geen toegang tot (geestelijke) gezondheidszorg en ernstige psychische kwetsbaarheid (autisme en PTSS; laatstgenoemde staat in directe en aantoonbare relatie tot de Belastingdienst-context). Door de combinatie van (i) onvoorspelbaarheid, (ii) uitblijvende of late procesinformatie en (iii) voortdurende onzekerheid, ben ik de afgelopen periode (weken/maanden) herhaaldelijk in crisis geraakt, met suïcidale ontregeling. Dit is medisch gedocumenteerd en ik kan dat desgevraagd onderbouwen. Derden houden daarom (op afstand) toezicht via een gedeeld dagboek.
Ik schrijf dit dus uit omdat dit voor de beoordeling van redelijke procesregie en een passende handelwijze niet genegeerd kan worden. Daarbij merk ik expliciet op: het opstellen van dit soort e-mails kost mij uitzonderlijk veel energie en is in mijn situatie nauwelijks op te brengen. Dat onderstreept ook waarom ik afhankelijk ben van duidelijke, voorspelbare en zorgvuldige procesvoering, en waarom het uitblijven daarvan in mijn geval geen 'klein ongemak' is maar een reëel risico. Dit heb ik juist daarom herhaaldelijk aan u en uw collega's kenbaar gemaakt.
2. Vastlegging van de communicatie / procesregie tot nu toe
– Op 5 december 2025 schreef u: 'Uw verzoek om herziening ... is bij mij in behandeling... Ik zal u volgende week berichten over de aanpak' – Op 12 december 2025 schreef u: 'Op dit moment kan ik u nog geen uitsluitsel geven... Ik informeer u volgende week verder' – Op 15 december 2025 heb ik u expliciet gevraagd om twee basale punten: (i) de formele datum van registratie/ontvangst en (ii) de (verwachte en uiterlijke) beslistermijn. – Op 19 december 2025 om 22:28 schreef u: 'U heeft ons het verzoek om herziening op 3 november 2025 gestuurd. Uw verzoek is bij ons officieel geregistreerd als verzoek om herziening op 17 november. Ik verwacht u voor het einde van het jaar onze beslissing te sturen'
Ik constateer dat ik herhaaldelijk zelf achter elementaire procesinformatie aan heb moeten jagen en dat toezeggingen als 'volgende week', ondanks ruimte voor interpretatie, laat en minimaal zijn ingevuld. Gezien mijn kwetsbaarheid is dat niet slechts een detail, maar een voorzienbare bron van ontregeling. Als de processtappen conform de herzieningsregeling tijdig en volledig waren gecommuniceerd, was deze vastleggingsmail - maar ook de onzekerheid en daaruit voortvloeiende impact op mijn geestelijke gesteldheid - naar alle waarschijnlijkheid niet nodig geweest.
3. Toetsbare duidelijkheid (herzieningsregeling art. 4 en art. 8)
U hebt inmiddels een globale tijdlijn genoemd ('voor het einde van het jaar'). Ik vraag u niet om uw werk te 'versnellen om het versnellen', maar om helderheid die achteraf niet kan verschuiven. Ik verzoek u daarom om uiterlijk dinsdag 23 december 2025 om 12:00 per e-mail het volgende te bevestigen:
a) Ontvangst + ontvangstbevestiging (art. 4) Welke datum hanteert u als 'ontvangst' in de zin van de herzieningsregeling (niet: 'registratie'), en op welke datum is de ontvangstbevestiging ex art. 4 aan mij verzonden of gegeven? Voor zover ik kan nagaan heb ik binnen één week na ontvangst geen ontvangstbevestiging ontvangen met daarin de behandelingstermijn. Graag: datum + wijze van verzending/mededeling.
b) Uiterste beslistermijn (art. 8) Welke concrete datum is de uiterste datum waarop ik uw beslissing ontvang? 'Voor het einde van het jaar' is voor mij onvoldoende toetsbaar; ik heb één expliciete datum nodig (ik lees uw mail als: uiterlijk 31 december 2025, maar ik wil dat graag expliciet bevestigd zien).
Daarbij geldt: als u 3 november 2025 als _ontvangstdatum_ hanteert, dan is de 6-wekentermijn ex art. 8 verstreken op 15 december 2025... In dat geval verwacht ik dus of (i) een besluit, of (ii) een formele schriftelijke verdagingsmededeling met nieuwe uiterste datum.
c) Verdaging Mogelijk dubbel, maar voor de duidelijkheid; is verdaging aan de orde: ja/nee? Zo ja: graag de schriftelijke verdagingsmededeling met nieuwe uiterste datum en korte motivering.
4. Urgentie en interventie
Ik begrijp dat uw herzieningsbeoordeling mede ziet op de vraag of mijn eerdere verzoeken (waaronder toepassing van de 'tenzij'-clausule bij urgentie en een eventuele interventie/vroegsignaal) juist zijn beoordeeld en opgevolgd. Juist daarom verzoek ik u dit punt expliciet, dossier-specifiek en toetsbaar vast te leggen.
Ter onderstreping: via de link naar de Raadbaak in de footer van uw e-mail kwam ik uit bij een webinar/voorlichting (2 december 2025) - https://www.youtube.com/watch?v=M3f-6YcEWZE&embeds_referring_euri=https%3A%2F%2Fwww.raadbaak.nl%2F&source_ve_path=MjM4NTE (https://www.youtube.com/watch?v=M3f-6YcEWZE&source_ve_path=MjM4NTE) - waarin de NO toelicht dat in urgente situaties het vereiste dat een klacht eerst 'in eerste lijn' moet worden behandeld kan worden overgeslagen ('tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd') en dat de NO dan via een interventie rechtstreeks contact opneemt met de betrokken overheidsinstantie met een korte termijn om (verdere) praktische schade te voorkomen.
In die toelichting worden voorbeelden genoemd die, hoe ernstig ook, in de kern gaan over acute risico's zoals het (tijdelijk) uitblijven van een toeslag, oplopende zorgverzekeringsproblemen of dreigende uitschrijving. Wanneer ik dat leg naast mijn dossier - inmiddels al jaren zonder BRP/(post)adres, zonder inkomen, zonder toegang tot (geestelijke) zorg en met (medisch) gedocumenteerde ernstige ontregeling - is het voor mij moeilijk te rijmen dat er tot op heden, althans voor zover dit aan mij kenbaar is gemaakt, geen expliciete urgentiebeoordeling en daarop gebaseerde urgentiehandeling is toegepast of vastgelegd, terwijl ik juist al maanden geleden expliciet en herhaaldelijk heb verzocht om toepassing van de 'tenzij'-route (en daarmee om een interventie of minimaal een vroegsignaal), juist vanwege de acute risico's en verdere schade.
Ik verzoek u daarom om uiterlijk dinsdag 23 december 2025 om 12:00 per e-mail óók kort te bevestigen dat u dit punt expliciet meeneemt, en in uw herzieningsbeoordeling het volgende vast te leggen:
– Is in mijn dossier (in eerdere fase en/of nu) een expliciete urgentiebeoordeling gemaakt in relatie tot de 'tenzij'-route: ja/nee? Zo ja: wanneer, door wie, en wat was de uitkomst? – Hanteert u in mijn dossier de 'tenzij'-route als redelijkerwijs wél of juist níet te vergen: ja/nee, en op basis van welke concrete dossierfeiten? – Acht u, gelet op de feiten in mijn dossier, een interventie of minimaal een vroegsignaal richting de Belastingdienst mogelijk en passend: ja/nee? – Zo nee: graag kort en dossier-specifiek waarom niet, en welke alternatieve, concreet beschermende stap u dan wél neemt om verdere schade te voorkomen (met wie, wat en wanneer).
5. Communicatie
Tot slot verzoek ik u, hoewel ik verwacht dat dit niet meer nodig zal zijn, zolang uw beslissing nog niet is verzonden, om een vaste, voorspelbare voortgangsupdate (bijvoorbeeld elke vrijdag vóór 17:00), al is het maar één alinea met daarin de stand van zaken. Dat kost u vermoedelijk weinig extra tijd, maar maakt voor mij een wereld van verschil.
Ter verduidelijking; deze e-mail dient voornamelijk als feitelijke vastlegging. Als ik uiterlijk dinsdag 23 december 2025 om 12:00 geen concreet en toetsbaar antwoord ontvang op bovenstaande punten, zal ik dit betrekken bij mijn lopende interne klacht en verdere (interne) escalatie, omdat het uitblijven van voorspelbaarheid in mijn situatie aantoonbaar schadelijke gevolgen heeft.
Wouter Molijn
Aan: Jan-Hein van Asseldonk <[email protected]>
Geachte heer Van Asseldonk,
In aansluiting op ons bericht van 26 december laten wij u het volgende weten.
Wat vraagt u ons?
U vraagt ons om maatwerk en een vroegsignaal aan de Belastingdienst. U wilt dat u één vast aanspreekpunt bij de Belastingdienst krijgt. Verder dat de invordering wordt opgeschort gedurende de behandeling door de Belastingdienst. Ook wilt u dat alle communicatie uitsluitend per e-mail verloopt en dat met coulance wordt omgegaan met termijnen en informatieverzoeken.
Wat hebben wij gedaan?
U liet ons weten dat u eerder contact heeft gehad met het Stella-team. Wij hebben op 26 december contact opgenomen met dit team.
Wat liet het Stella-team ons weten?
Het Stella-team is bereid uw klacht op te pakken over zowel uw eventuele privé- als ondernemersschulden, als u daar toestemming voor geeft. Zij zal dan ook nog informatie van u nodig hebben. Die informatie kan van u of eventueel uw moeder of een andere gemachtigde komen. De communicatie kan per e-mail verlopen. Het Stella-team kan waar mogelijk met coulance omgaan met termijnen en informatieverzoeken. Als u het wilt, dan krijgt u dan een vast aanspreekpunt binnen Stella MKB (Midden en kleinbedrijf). Als u het hiermee eens bent, kan het Stella-team u in ieder geval voorlopig uitstel van betaling geven voor de Stella-casus.
Wat is onze rol?
Wij hebben de verbinding gelegd tussen u en het Stella-team. Wij horen graag van u of u hiervan gebruik wilt maken. Het is dan vervolgens verder aan u dan wel uw gemachtigde het contract rechtstreeks met het Stella-team te onderhouden. Wij spelen daarbij op dat moment geen rol.
Mocht u niet tevreden zijn over de (klacht)behandeling door het Stella-team dan kunt u zich weer tot ons wenden.
Wat geven wij u tenslotte nog aan?
Wij hebben door deze actie getracht voor u een oplossing te vinden dat u met de Belastingdienst in gesprek kunt gaan over uw schulden. U vraagt ons dat ook.
Wij zullen nog reageren op uw verzoek om herziening.
Wouter Molijn
Aan: Jan-Hein van Asseldonk <[email protected]>
Geachte heer Van Asseldonk,
Hierbij stuur ik u onze beslissing op uw verzoek om een herziening.
Mocht u van het contact met het Stella-MKB-team gebruik willen maken, dan hoor ik dat graag. Dan zet ik dat snel in gang.
Jan-Hein van Asseldonk
Aan: Nationale ombudsman <[email protected]>
Geachte heer Molijn,
Naar aanleiding van uw e-mail van 29 december 2025 verzoek ik u om (i) rectificatie van feitelijke onjuistheden en misleidende framing/terminologie in uw bericht en in dossierregistraties, en (ii) expliciete vastlegging van wat feitelijk is gebeurd, wat niet is gebeurd en wanneer (t.b.v. dossiervorming).
Met deze e-mail doe ik dus geen nieuw verzoek om (verdere) interventie, bemiddeling of signalering richting de Belastingdienst. Er loopt inmiddels (noodgedwongen) een andere lijn richting de Belastingdienst buiten de Nationale ombudsman. Dit bericht is uitsluitend bedoeld voor dossiervorming, rectificatie en feitelijke vastlegging, zodat achteraf geen onjuist dossierbeeld ontstaat.
1. Correctie: 'u vraagt ons dat ook'
In uw e-mail van 29 december 2025 schrijft u: 'Wij hebben door deze actie getracht voor u een oplossing te vinden dat u met de Belastingdienst in gesprek kunt gaan over uw schulden. U vraagt ons dat ook.'
Ik herken deze weergave niet als een juiste samenvatting van mijn verzoeken. Mijn herhaalde verzoeken aan uw organisatie gingen (juist) over minimale, beschermende inzet gezien mijn uitzonderlijke kwetsbaarheid en acute risico's.
Ik verzoek u daarom één van de volgende twee dingen te doen, en dit ook als zodanig in het dossier vast te leggen:
a) wijs concreet aan (met datum en citaat) waar ik u heb gevraagd om 'een oplossing te vinden zodat ik met de Belastingdienst in gesprek kan gaan over mijn schulden'; of, bij gebreke daarvan,
b) rectificeer deze passage en leg vast dat uw zin 'u vraagt ons dat ook' geen feitelijke weergave is van mijn verzoeken.
2. Correctie terminologie: 'uw schulden' is geen neutraal feit
Uw formulering normaliseert 'schulden' als vaststaand eindfeit. Dat is dossierbepalend en misleidend, omdat het in mijn dossier gaat om gestelde/vermeende vorderingen (aanslagen, boetes, ophogingen en invorderingskosten) waarvan ontstaansgrond, rechtmatigheid en omvang wezenlijk ter discussie staan. Die discussie bestaat niet los van de context: jarenlang uitblijven van opvolging door de Belastingdienst op herhaalde hulpvragen, oplossingspogingen en bezwaarsignalen, gecombineerd met aantoonbare rechtsbeschermingsbarrières (o.a. langdurig geen BRP/postadres, beperkte kennis en middelen en daardoor geen reële toegang tot juridische bijstand; bovendien valt deze kwestie door het 'zakelijke' karakter grotendeels buiten reguliere laagdrempelige hulpkanalen). In die omstandigheden is het niet neutraal, maar juist sturend en schadelijk, om 'schulden' als feitelijk uitgangspunt te registreren.
Ik verzoek u daarom deze terminologie te rectificeren en als vaste terminologie te hanteren in dossierregistratie en verdere communicatie:
- vervang 'uw schulden' door: 'gestelde/vermeende vorderingen (aanslagen, boetes, ophogingen en invorderingskosten), waarvan rechtmatigheid, ontstaansgrond en omvang onderwerp van geschil en context zijn'; en
- corrigeer de strekking van uw duiding zodat niet de indruk ontstaat dat de vorderingen vaststaan, noch dat de kern van mijn dossier enkel is 'in gesprek gaan over schulden'.
3. Cruciale ontstaanscontext en patroon De gestelde vorderingen zijn niet ontstaan in een context van 'bewuste ontwijking', maar in een terugkerend patroon van structurele non-respons en gebrek aan begeleiding, terwijl ik juist herhaaldelijk om hulp vroeg om situaties te beëindigen, te normaliseren en correct af te handelen. Dit patroon speelt niet bij één geïsoleerd incident, maar over meerdere jaren en over diverse (zowel privé- als zakelijke) entiteiten en perioden.
Concreet voorbeeld (illustratief voor het bredere patroon):Ik werd als programmeur betrokken bij een start-up waarbij voor mij een holding/BV-structuur is opgezet (o.a. Ceres Group BV) om aandelen te kunnen verdelen, omdat ik niet betaald werd maar aandelen ontving. Deze start-up is vervolgens 'geklapt' en ik bleef achter met de (holding) BV, zonder middelen en zonder kennis om aangiften te doen of een boekhouder te bekostigen. Er hebben geen (relevante) activiteiten plaatsgevonden.
Ik heb de Belastingdienst vervolgens direct benaderd met uitleg over de ontstaanssituatie en met een expliciete hulpvraag om de BV te beëindigen/af te melden. In plaats van begeleiding of opvolging is er jarenlang (!) geen inhoudelijke reactie gekomen, terwijl boetes/ophogingen en escalatie juist opliepen doordat aangiften van mijn kant - die ik dus onmogelijk zelf kon indienen - uitbleven. In de tussentijd ben ik vanzelfsprekend bezwaren blijven indienen, en heb ik herhaadelijk getracht de zaak met de Belastingdienst op te lossen door hen aan te schrijven en te bellen.
Team Stella heeft in 2023 tegenover mijn moeder zelf erkend dat ten minste één duidelijke hulpvraag om de BV te sluiten (in elk geval in 2018, en via brieven aantoonbaar al eerder) niet is opgepakt. Ik citeer Stella: "De mail die ik eerder heb gevonden blijkt ook niet te zijn opgepakt en daar heeft hij ook duidelijk om hulp gevraagd hoe hij de BV's kan sluiten en dit was in 2018."
Tegen deze achtergrond is het problematisch dat uw bericht kennelijk de door Team Stella aangeleverde duiding als uitgangspunt neemt, terwijl die duiding aantoonbaar onvolledig is doordat essentiële ontstaanscontext ontbreekt, en terwijl Team Stella kennis heeft (of behoort te hebben) van die context.
Ik verzoek u daarom expliciet vast te leggen dat:
- informatie/duiding van Team Stella in mijn dossier wordt geregistreerd als 'weergave van de Belastingdienst' en niet als door de Nationale ombudsman vastgestelde feitelijke constatering; en
- mijn betwisting van ontstaansgrond, rechtmatigheid en omvang van de gestelde vorderingen, inclusief het hierboven beschreven ontstaanspatroon, als essentieel dossierpunt is opgenomen.
Aanvullend verzoek ik u concreet te beantwoorden: op basis van welke verificatiestap(pen) en op welke dossierstukken (met datum) heeft u vastgesteld dat uw samenvatting ('in gesprek over uw schulden', 'u vraagt ons dat ook', en eventuele duidingen die passen bij 'bewuste ontwijking' of 'vluchten voor schulden') feitelijk juist is? Indien u geen concrete verificatie kunt aanwijzen, verzoek ik u deze duidingen niet als feit te registreren en te rectificeren.
4. Correctie van stigmatiserende herframing Ik ben niet 'gevlucht voor schulden', maar vluchtte voor escalatie na non-respons en dwang! Ik verzoek u dat in uw dossier niet (impliciet of expliciet) als feitelijke duiding blijft staan dat ik 'gevlucht' zou zijn 'voor schulden' of 'uit angst hiervoor'. Dat frame is feitelijk onjuist en miskent de concrete aanleiding en escalatie die aan mijn vertrek voorafging.
Wat in ieder geval feitelijk en neutraal moet worden vastgelegd, is het volgende:
- Ik heb over een lange periode herhaaldelijk geprobeerd om situaties te op te lossen/te normaliseren door o.a. om hulp te vragen (zie o.a. punt 3), maar ben structureel niet of niet inhoudelijk opgevolgd, terwijl boetes/ophogingen en invorderingsdreiging opliepen (terwijl men kennis had van een gebrek aan draagkracht, onvermogen, etc).
- Ik ontving uiteindelijk een formeel dwang-/bevelstuk 'uit naam van de Koning' met een dreiging die door mij (mede door gebrek aan begeleiding, mijn kwetsbaarheid en de al opgebouwde ontregeling) is ervaren als: 'betalen of gevangenisstraf', zo stond dat immers letterlijk in die brief.
- In die context - na jaren van non-respons en escalatie, zonder reëel handelingsperspectief of begeleiding - ben ik gevlucht/ondergedoken als reactie op de escalatie en dwang, niet als 'ontwijking van schulden' als zodanig.
Ik verzoek u daarom te rectificeren en vast te leggen dat:
- mijn vertrek/onderduik samenhing met escalatie na structurele non-respons en met ervaren dwang/bedreiging, en niet als bewuste ontwijking van 'schulden'; en
- het reduceren van deze context tot 'vluchten voor schulden' stigmatiserend is en het dossierbeeld inhoudelijk scheef trekt.
5. Voorkomen van dubbellijnen Omdat er inmiddels een andere lijn richting de Belastingdienst loopt, verzoek ik u ter voorkoming van dubbellijnen en ruis geen aanvullend extern contact te leggen zonder dit vooraf per e-mail aan mij kenbaar te maken, inclusief het doel en de te delen informatie.
6. Verzoeken Ik verzoek u:
a) deze e-mail integraal als dossierstuk toe te voegen aan dossier 2315361 en zaaknr. 2360762, en voor zover relevant ook aan klachtnr. 2354840; b) in uw interne samenvatting/registratie de terminologie 'gestelde/vermeende vorderingen' te hanteren in plaats van 'schulden'; c) de passages/frames genoemd onder punt 1 t/m 4 te rectificeren en mij per e-mail te bevestigen dat dit is verwerkt; d) de onder punt 3 gevraagde verificatievraag concreet te beantwoorden (welke verificatie, welke stukken, welke datum).
Graag ontvang ik uw schriftelijke bevestiging per e-mail binnen 5 werkdagen.
Jan-Hein van Asseldonk
Aan: Nationale ombudsman <[email protected]>
Geachte heer Molijn,
Wilt u zo vriendelijk zijn om uiterlijk deze week - doch zo spoedig mogelijk - op voorgaande mail terug te komen?
Bij voorbaat dank.
Wouter Molijn
Aan: Jan-Hein van Asseldonk <[email protected]>
Geachte heer Van Asseldonk,
Hierbij bevestig ik de ontvangst van uw e-mailberichten van 27 januari en 9 februari.
U vraagt ons wanneer u een reactie daarop kunt verwachten. In reactie hierop laten wij u weten dat wij dat uiterlijk 25 februari zullen doen.
Wouter Molijn
Aan: Jan-Hein van Asseldonk <[email protected]>
Geachte heer Van Asseldonk,
Hierbij sturen wij u onze reactie op uw bovengenoemde berichten.