MijnDossierBBT Belangenbehartiger
← Zaaksamenvatting
E-mail6 berichten

Mijn signalen en Woo-verzoek aan de Tweede Kamer

Arja van Meeuwen, Vaste commissie voor Financiën, Woo-team Tweede Kamer

Griffie plenair/Bureau Wetgeving

[email protected]

Aan: Jan-Hein van Asseldonk <[email protected]>

In de bijlage treft u een ontvangstbevestiging aan van uw bericht aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Arja van Meeuwen

[email protected]

Aan: Jan-Hein van Asseldonk <[email protected]>

Geachte heer, mevrouw,

Hierbij treft u de besluitbrief aan van de vaste commissie voor Financiën.

Jan-Hein van Asseldonk

[email protected]

Aan: Arja van Meeuwen <[email protected]>

Geachte mevrouw van Meeuwen,

Geachte griffier,

Geachte leden van de vaste commissie voor Financiën,

Op 31 maart 2026 heb ik u een signaal gestuurd over de positionering van de Belangenbehartiger voor Belastingplichtigen en Toeslaggerechtigden (BBT). Bij brief van 15 april 2026 heeft de commissie mij laten weten dat mijn brief is ontvangen en dat de informatie daaruit kan worden gebruikt ter voorbereiding op het rondetafelgesprek Fiscale rechtsbescherming van 28 mei 2026.

Omdat dit rondetafelgesprek morgen plaatsvindt en zich sindsdien wezenlijke ontwikkelingen hebben voorgedaan, stuur ik u hierbij met spoed een aanvullend signaal.

Mijn eerdere signaal was dat BBT publiekelijk wordt gepresenteerd als onafhankelijke belangenbehartiger die burgers en ondernemers in vastgelopen belastingzaken helpt, terwijl mijn concrete ervaring is dat BBT in de praktijk geen daadwerkelijke fiscaal-juridische belangenbehartiging tegenover de Belastingdienst bood. Mijn zorg was dat BBT bij kwetsbare burgers verwachtingen wekt die zij feitelijk niet waarmaakt of mogelijk zelfs niet kán waarmaken.

Die zorg is inmiddels niet langer alleen mijn eigen lezing.

Mijn klacht over het handelen van BBT is deels gegrond verklaard. Voor zover hier relevant, is daarbij onder meer erkend dat:

- bij mij verwachtingen zijn gewekt die niet zijn waargemaakt;

- mijn vragen onvoldoende concreet zijn beantwoord;

- onvoldoende duidelijk is teruggekoppeld welke stappen BBT feitelijk zette;

- de klachtenroute richting BBT onvoldoende toegankelijk/duidelijk was;

- en het advies om een bewindvoerder in te schakelen onvoldoende kenbaar zelfstandig door BBT is getoetst voordat dit aan mij werd doorgegeven.

Deze punten sluiten rechtstreeks aan bij mijn eerdere waarschuwing aan de commissie. Het gaat niet om een detail in toon of bejegening, maar om de kernvraag of BBT in de praktijk werkelijk doet wat haar naam en publieke profilering suggereren: belangen behartigen van burgers tegenover de fiscale overheid.

Daarbij wil ik voorkomen dat het probleem verkeerd wordt begrepen:

Mijn verwijt is niet dat BBT een door mij letterlijk geformuleerde wens of “garantie” niet kon leveren. Mijn punt is juist dat een burger in een vastgelopen belastingdossier niet zelf hoeft te weten welke fiscaal-juridische route, bevoegdheid, grondslag of formulering nodig is. Juist daar zou de Belangenbehartiger (BBT) - volgens hun eigen publiekelijke profilering - kunnen of moeten bijspringen.

Ik heb BBT mijn situatie, kwetsbaarheid, eerdere escalatie met de Belastingdienst en noodzaak tot veilige terugkeer/BRP-inschrijving voorgelegd. BBT had die hulpvraag professioneel moeten vertalen naar de juiste juridische en fiscale vragen. Zoals bijvoorbeeld: welke bescherming kon van de Belastingdienst worden verlangd, welke bevoegdheden bestonden voor uitstel, invorderingsrust of maatwerk, welke motivering was nodig, welke zorgvuldigheids- en evenredigheidstoets moest plaatsvinden, en welke positie moest namens mij worden ingenomen tegenover de Belastingdienst.

Dat is - zo blijkt uit aan mij verstrekte informatie - niet gebeurd.

In plaats daarvan is mijn hulpvraag versmald tot iets wat BBT zelf niet zou kunnen bieden, waarna de verantwoordelijkheid feitelijk werd teruggelegd bij de Belastingdienst en bij mij. Daarmee ontstond precies de situatie waarvoor ik de commissie eerder waarschuwde: een organisatie die “Belangenbehartiger” heet, maar in een vastgelopen dossier waarin de Belastingdienst zelf onderdeel van het probleem is, geen zichtbaar zelfstandig fiscaal-juridisch tegenwicht bood.

Dat is voor kwetsbare burgers gevaarlijk. Niet omdat BBT nooit zou mogen doorgeleiden of afstemmen, maar omdat de naam “Belangenbehartiger” en de publieke profilering de verwachting wekken dat burgers eindelijk deskundige hulp krijgen tegenover de Belastingdienst. Als BBT in werkelijkheid vooral kan doorgeleiden, monitoren en intern afstemmen, zonder zelfstandig rechtspositioneel op te komen voor de burger, dan moet dat eerlijk en helder worden gezegd, anders wordt hoop gewekt die niet waargemaakt kan worden.

Daar komt inmiddels een tweede, zéér zorgwekkend punt bij.

In mijn Woo-/5.5-procedure over het handelen van BBT heb ik stukken ontvangen onder een zeer ruime geheimhoudingsvoorwaarde. Ik deel die stukken daarom niet met u en citeer daaruit niet, omdat ik mijn rechtspositie niet wil schaden. Wel meld ik u het procesfeit en de democratische implicatie daarvan.

De situatie is nu dat BBT zich publiekelijk tegenover de Tweede Kamer kan presenteren als organisatie die het burgerperspectief inbrengt bij fiscale rechtsbescherming, terwijl een burger wiens dossier juist ernstige vragen oproept over de feitelijke werking van BBT, door een geheimhoudingsvoorwaarde wordt belemmerd om de onderliggende stukken met Kamerleden te delen, en dat creëert een ernstige informatie-asymmetrie.

De overheid kan haar eigen voorziening publiek toelichten, legitimeren en positief framen. De burger die stelt dat die voorziening in de praktijk niet functioneert zoals beloofd, kan de onderliggende werking niet vrij laten zien zonder juridisch risico. Juist in een gesprek over fiscale rechtsbescherming en de positie van burgers tegenover de fiscale overheid is dat buitengewoon zorgelijk.

Mijn informatieverzoek zag juist op de feitelijke werking van BBT: welke stappen waren - wel of niet - gezet, welke contacten er waren met de Belastingdienst/Team Stella, welke afwegingen waren gemaakt, en welke documenten lieten zien dat mijn belangen zelfstandig waren getoetst of beschermd. Na ontvangst van de stukken heb ik met spoed om verduidelijking gevraagd, onder meer omdat voor mij niet zichtbaar is geworden dat BBT zelfstandig mijn belangen fiscaal-juridisch heeft getoetst of concreet beschermend heeft gehandeld. Tot dusver lijkt dat namelijk niet het geval te zijn! Ook heb ik vragen gesteld over ogenschijnlijk ontbrekende communicatie met de Belastingdienst/Team Stella en over de reikwijdte van de geheimhoudingsvoorwaarde.

Tegen de geheimhoudingsvoorwaarde en de afhandeling van dit Woo-/5.5-traject wordt juridisch opgekomen.

Ik heb daarnaast een aanvullende klacht ingediend. Die klacht ziet op het fundamentele punt dat BBT naar mijn ervaring niet heeft gehandeld als belangenbehartiger van de burger, maar vooral als onderdeel van de bestuurlijke keten rond de Belastingdienst. Op die aanvullende klacht heb ik op dit moment nog geen ontvangstbevestiging noch reactie ontvangen.

Ik verzoek de commissie daarom mijn aanvullende signaal te betrekken bij het rondetafelgesprek van 28 mei 2026. Ik verzoek dat de Kamer scherp toetst of BBT als instituut werkelijk biedt wat haar naam, publieke profilering en positionering suggereren.

Daarbij verzoek ik u in het bijzonder aandacht te besteden aan de volgende vragen:

1. Is BBT daadwerkelijk een belangenbehartiger van burgers tegenover de Belastingdienst, of vooral een interne schakel binnen de fiscale overheidsketen?

2. Verricht BBT zelfstandig fiscaal-juridische toetsing van de rechtspositie van burgers, of wordt vooral afgestemd met en doorgeleid naar de Belastingdienst?

3. Kan BBT in een vastgelopen dossier concreet tegenwicht bieden wanneer de Belastingdienst zelf onderdeel is van het probleem?

4. Welke bevoegdheden heeft BBT om bescherming tegen invorderingsdruk, termijndruk of escalatie daadwerkelijk te organiseren?

5. Hoe voorkomt BBT dat adviezen of frames vanuit de Belastingdienst - zoals verwijzing naar bewindvoering - zonder zelfstandige toetsing worden doorgegeven aan kwetsbare burgers?

6. Hoe wordt voorkomen dat de naam “Belangenbehartiger” verwachtingen wekt die de organisatie feitelijk niet kan waarmaken?

7. Hoe kan de Kamer de feitelijke werking van BBT controleren als stukken over die werking onder een zeer ruime geheimhoudingsvoorwaarde aan de betrokken burger worden verstrekt?

8. Is het wenselijk dat een voorziening die voor wezenlijke bescherming afhankelijk blijft van de Belastingdienst en het Ministerie van Financiën, wordt gepresenteerd als onafhankelijke belangenbehartiger van burgers?

Mijn kernpunt is eenvoudig: als BBT werkelijk belangenbehartiger is, moet zij meer doen dan een noodkreet doorgeleiden naar de Belastingdienst. Zij moet de hulpvraag juridisch duiden, de rechtspositie van de burger zelfstandig toetsen, de verplichtingen en bevoegdheden van de Belastingdienst concreet maken, en zichtbaar opkomen voor de burger wanneer het overheidshandelen zelf onderdeel van de vastgelopen situatie is.

Als BBT dat niet kan of niet mag, dan moet de Kamer dat weten. Dan is de publieke positionering van BBT als belangenbehartiger misleidend voor precies de mensen die het meest kwetsbaar zijn voor gewekte hoop.

Ik verzoek u deze mail toe te voegen aan mijn eerdere signaal van 31 maart 2026 en, voor zover mogelijk, onder de aandacht te brengen van de leden die deelnemen aan het rondetafelgesprek.

Griffie plenair/Bureau Wetgeving

[email protected]

Aan: Jan-Hein van Asseldonk <[email protected]>

In de bijlage treft u een ontvangstbevestiging aan van uw bericht aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Arja van Meeuwen

[email protected]

Aan: Jan-Hein van Asseldonk <[email protected]>

Geachte heer, mevrouw,

Hierbij treft u de besluitbrief aan van de vaste commissie voor Financiën.

Jan-Hein van Asseldonk

[email protected]

Aan: Woo-team Tweede Kamer <[email protected]>

Onderwerp: Woo-verzoek inzake voorbereiding rondetafelgesprek Fiscale rechtsbescherming 28 mei 2026

Geachte heer/mevrouw,

Hierbij dien ik op grond van de Wet open overheid (Woo) een verzoek in tot openbaarmaking van documenten over de voorbereiding, samenstelling en inhoudelijke organisatie van het rondetafelgesprek Fiscale rechtsbescherming van de vaste commissie voor Financiën, gehouden op 28 mei 2026 (activiteitnummer 2026A02543).

Aanleiding

Op 31 maart 2026 heb ik de vaste commissie voor Financiën schriftelijk geïnformeerd over mijn zorgen omtrent de onafhankelijkheid, positionering en feitelijke werkwijze van de Belangenbehartiger voor Belastingplichtigen en Toeslaggerechtigden (BBT).

Bij besluitbrief van 15 april 2026 (kenmerk 2026Z06636/2026D17761) heeft de commissie bevestigd dat mijn brief was ontvangen en besproken en dat deze gebruikt kon worden bij de voorbereiding van het rondetafelgesprek.

Op 27 mei 2026 heb ik aanvullende informatie verstrekt. Ook de ontvangst en bespreking van deze tweede brief zijn naderhand bevestigd, bij besluitbrief van 25 juni 2026 (kenmerk 2026Z11343/2026D32615).

Tijdens het rondetafelgesprek waren onder anderen Hayde Zarkeshan namens BBT en Bart Snels namens de Inspectie belastingen, toeslagen en douane (IBTD) uitgenodigd.

Omdat mijn eerdere correspondentie juist kritische vragen opriep over de positie en onafhankelijkheid van BBT, wens ik inzicht te verkrijgen in de totstandkoming van de deelnemerslijst en de wijze waarop mijn signalen bij de voorbereiding zijn behandeld.

Gevraagde documenten

Ik verzoek openbaarmaking van de bij de Tweede Kamer berustende documenten over de periode van 1 maart tot en met 30 juni 2026 die betrekking hebben op:

1. De selectie, voordracht, uitnodiging en bevestiging van deelnemers aan het rondetafelgesprek, in het bijzonder vertegenwoordigers van BBT en IBTD.

2. De interne en externe correspondentie, voorstellen, besluiten en eventuele wijzigingen betreffende de deelname van Hayde Zarkeshan en Bart Snels.

3. De registratie, verspreiding en behandeling binnen de vaste commissie voor Financiën van mijn brieven van 31 maart en 27 mei 2026.

4. De wijze waarop ontvangen signalen van burgers en andere belanghebbenden zijn betrokken bij de voorbereiding, programma-indeling en eventuele inhoudelijke vraagstelling van het rondetafelgesprek.

5. Eventuele correspondentie of overleg met BBT, IBTD of het ministerie van Financiën waarin mijn brieven, mijn concrete kritiek op BBT of de institutionele onafhankelijkheid en positionering van BBT ter sprake zijn gekomen.

Onder documenten versta ik onder meer e-mails, bijlagen, interne notities, besluitenlijsten, conceptprogramma's, uitnodigingen en andere vastgelegde communicatie.

Ik verzoek hierbij nadrukkelijk om de oorspronkelijke datering van voorstellen en uitnodigingen inzichtelijk te maken, zodat kan worden vastgesteld wanneer de betrokken deelnemers zijn voorgesteld, geselecteerd en uitgenodigd.

Voor zover bepaalde documenten reeds openbaar zijn, ontvang ik graag een verwijzing naar de specifieke documenten. Indien informatie geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, verzoek ik om een gemotiveerde beslissing per toepasselijke weigeringsgrond en om gedeeltelijke openbaarmaking waar mogelijk.

Dit verzoek ziet op reeds bestaande documenten en strekt niet tot het laten opstellen van nieuwe verklaringen.

Ik ontvang de documenten bij voorkeur digitaal en in doorzoekbaar formaat.